Verlies & rouw
Het verlies dat meestal niemand ziet
Verlies bij ziekte dient zich zelden in één duidelijk moment aan. Het komt niet met een aankondiging, maar sluipt je leven binnen. In het begin lijkt het klein. Je merkt dat je wat sneller moe bent, dat dagelijkse dingen zoals het huishouden of fietsen meer energie kost dan voorheen. Totdat je op een dag beseft dat het niet meer gaat over een mindere dag, maar dat er iets wezenlijks aan het veranderen is.
Langzaam verlies je niet alleen lichamelijke kracht, maar ook iets wat nog moeilijker te benoemen is: je mentale ruimte. Je concentratie wordt minder, je merkt dat je hoofd het niet meer zo lang volhoudt als je gewend was. Wat ooit vanzelf ging, vraagt nu steeds meer inspanning. En terwijl dat proces zich verder ontwikkelt, komt er steeds iets bij. Alsof je langzaam in een neerwaartse spiraal terechtkomt, waarin je stukje bij beetje delen van jezelf moet inleveren.
Wat misschien nog het meest ingrijpend is, is het verlies van zelfstandigheid. Waar je voorheen je eigen keuzes maakte en alles zelf kon dragen, merk je dat je steeds afhankelijker wordt. Artsen, behandelingen, medicatie, maar ook van de hulp van mensen om je heen. Je wereld wordt kleiner, zonder dat je daar zelf voor kiest. De vrijheid die ooit zo vanzelfsprekend was, wordt steeds meer begrensd.
Voor iemand die gewend is om alles zelf te doen, kan dat een enorme innerlijke strijd geven. De frustratie van wat niet meer lukt, gaat niet alleen in je hoofd zitten, maar werkt door in je hele systeem. Het kan je onrustig maken en zelfs het herstel in de weg staan. Tegelijkertijd krijg je te maken met steeds meer professionals die iets over je situatie te zeggen hebben. Je lijkt de regie over je eigen leven stukje bij beetje te verliezen.
Voor de buitenwereld ben je vaak nog diezelfde persoon. Je functioneert en zet door, vaak op wilskracht. En juist daardoor zien mensen om je heen niet altijd hoe zwaar het in werkelijkheid is. Ziekte wordt nog te vaak gezien als iets lichamelijks, terwijl het verlies dat ermee gepaard gaat zoveel breder is. Het verlies van vertrouwen in je lichaam en grip op je leven zoals je ooit was.
Voor velen komt daar uiteindelijk nog een diep verlies bij: het verlies van werk. Niet zomaar werk, maar een plek waar je je thuis voelde en onderdeel was van een geheel. Je doet er alles aan om dat vast te houden. Je blijft doorgaan in de hoop dat dit van tijdelijke aard is. Totdat het moment komt waarop niet jij, maar iemand anders beslist dat je niet langer mag blijven.
Het moment waarop je je baan verliest, kan voelen alsof je uit je stam wordt gezet. Een plek waar je zo lang onderdeel van bent geweest, moet je verlaten zonder dat je daar nog invloed op hebt. Het inleveren van je spullen, het lopen door de gang, de deur die achter je dichtvalt en dan sta je buiten letterlijk en figuurlijk. Je hebt er alles aan gedaan om het te behouden, maar het mocht niet baten. Dat doet diep van binnen heel erg veel pijn.
Rouw bij ziekte is anders dan rouw om het verlies van een naaste. Er is geen duidelijk afscheid, geen moment waarop alles stopt. Het is een verzameling van kleine en grote verliezen, zichtbaar en onzichtbaar, die zich in de loop van de tijd opstapelen. En juist omdat het zo geleidelijk gaat, is het slecht zichtbaar en wordt het vaak onderschat door anderen, maar soms ook door jezelf.
Voor naasten is het niet altijd duidelijk wat er werkelijk speelt. omdat je zo lang mogelijk blijft functioneren op wilskracht, Ze zien vaak pas laat hoe zwaar het is geworden. Juist daarom is het belangrijk om er samen over te praten. Om woorden te geven aan wat er verandert, zodat er begrip kan ontstaan.
Want hoe sterk je ook bent, dit is niet iets wat je alleen hoeft te dragen. Juist in dit proces heb je iemand naast je nodig die met je mee kan kijken, die begrijpt wat er speelt en die je helpt om ruimte te maken voor alles wat je onderweg bent kwijtgeraakt.

